top of page

Welke 5 dingen vergeet je nooit meer na je eerste huttentocht?

  • Foto van schrijver: Remko ten Brinke
    Remko ten Brinke
  • 12 mei
  • 3 minuten om te lezen

Een huttentocht in de bergen, je hebt er vast wel eens iemand over horen vertellen. Wat kan je nou verwachten bij zo’n tocht? Welke dingen zijn echt anders dan je had gedacht en maken een onvergetelijke indruk?


Vijf ontdekkingen die jij na jouw eerste huttentocht waarschijnlijk nooit meer vergeet:


  1. Een hut is anders dan je denkt


Bij een hut denken velen aan iets met takken, houten planken, een gammel dak en barbaarse omstandigheden om te slapen. Dat is het niet. Een berghut is weliswaar geen vijfsterrenhotel maar wel een degelijke, comfortabele en gastvrije plek waar je prima kan eten en slapen. Soms in een ‘Lager’ (slaapzaaltje met stapelbedden), soms in een Zwei- of Mehrbettzimmer. De ene hut is kleinschalig, de ander wat groter. Maar bijna altijd word je positief verrast door warmte, gastvrijheid en heerlijk streekgebonden eten. Als je één keer zo’n berghut hebt ervaren, zul je nooit meer de associatie maken met de hut die je zelf vroeger misschien bouwde.


  1. Je voelt je klein in de bergen


In het dal hebben we als mensen de aarde vol geplaveid met wegen, gebouwen, pleinen en parken. Hoog in de bergen is de invloed van de mens nauwelijks aanwezig en zien we de pure ondergrond met stenen, aarde, bomen en struiken. Hier en daar paadjes, bewegwijzering met borden of verfstrepen op stenen, een Hütte of bergboerderij. De elementen aarde, water, lucht en vuur zijn de baas en andere wezens dan de mens (zoals de gems, steenbok of bergmarmot) voelen zich thuis hoog in de bergen. Je kijkt om je heen en beseft dat je maar een piepklein onderdeel bent in deze grootse, weidse en krachtige wereld die jou niet per se nodig heeft.



  1. Je kunt verder lopen dan je dacht


Als je dan na een pittige beklimming op een volgende bergtop aankomt, moet je eerst even op adem komen. Maar al snel is er de euforie en verwondering: “Wat een geweldig uitzicht, wat een mooie plek!” Dan kijk je rond en ineens besef je: “Serieus… daar was ik net nog. Gewoon stap voor stap… en je komt er dus echt. Best trots eigenlijk”.


  1. Met minder heb je meer


De voorbereiding op je eerste tocht. Je wilt niks vergeten, je rugzak raakt voller en voller. Nog wat extra kleding erbij: voor de zekerheid, er goed uitzien, elke avond iets anders om aan te trekken, niet naar zweet willen ruiken...Niet doen. Maak je niet te druk. Niemand ruikt citroentjesfris, niemand kijkt of de kleding wel matcht en het is heel normaal om dagenlang dezelfde kleding te dragen. ‘Stick to the pack list’ en kwel jezelf niet met onnodige kilo’s die je allemaal moet meesjouwen. Je komt erachter dat je met weinig al snel meer dan genoeg hebt. En je zult merken dat oordoppen geen overbodige luxe zijn. 😉



  1. Stilte bestaat nog


In ons drukke wereldje kunnen we het ons haast niet meer voorstellen: stilte. Toch is het er. Misschien moet je er een eindje voor lopen, maar je zult ontdekken dat het hoog in de bergen nog echt stil kan zijn. Overdag, maar zeker ’s avonds en ’s nachts. Geen mensenmassa’s, geen verkeer, geen werkzaamheden, geen muziek. Je bent echt in een andere wereld en dat doet je gegarandeerd goed. Als je na een huttentocht weer afdaalt en in de bewoonde wereld komt, merk je het verschil. Misschien is dat wel het moment waarop het weer begint te kriebelen.


We zijn heel benieuwd wat jouw openbaringen waren na een huttentocht in de bergen. Laat het ons weten en wellicht delen we ze dan met andere enthousiastelingen!

Opmerkingen


bottom of page